Werk je als organisatie aan koelinstallaties, airco’s, warmtepompen of andere installaties met F-gassen? Dan krijg je te maken met BRL 100. Deze beoordelingsrichtlijn beschrijft waaraan ondernemingen moeten voldoen om een F-gassencertificaat te krijgen en te behouden. De richtlijn wordt gebruikt door certificerende instellingen bij de beoordeling van bedrijven.
BRL 100 is vooral relevant voor bedrijven die installatie-, onderhouds-, service-, reparatie- of buitendienststellingswerkzaamheden uitvoeren aan installaties waarin F-gassen worden toegepast. In de praktijk betekent dit dat je niet alleen vakbekwaam personeel nodig hebt, maar ook aantoonbaar moet werken volgens duidelijke afspraken, registraties en controles.
QVOX helpt je om BRL 100 praktisch te vertalen naar je eigen organisatie. Geen dik handboek dat niemand gebruikt, maar een werkbaar systeem waarmee je medewerkers weten wat ze moeten doen, registraties kloppen en je goed voorbereid bent op de audit.
Wat houdt BRL 100 in?
BRL 100 is een beoordelingsrichtlijn voor ondernemingen die werken met F-gassen en, in de nieuwe versie, ook met bepaalde natuurlijke koudemiddelen binnen de genoemde toepassingsgebieden. De richtlijn sluit aan op Europese regelgeving rond gefluoreerde broeikasgassen, waaronder Verordening EU 2024/573. Versie 3.0 van BRL 100 is vastgesteld op 5 december 2025.
De kern van BRL 100 is dat je als bedrijf aantoonbaar beheerst werkt. Dat betekent dat je kunt laten zien:
- je voert werkzaamheden uit met vakbekwaam personeel;
- je hebt duidelijke procedures en werkinstructies;
- je registreert werkzaamheden zorgvuldig;
- je gebruikt geschikt en gecontroleerd gereedschap;
- je voorkomt onnodige emissie van F-gassen;
- je houdt gegevens bij over installaties, koudemiddelen en uitgevoerde werkzaamheden;
- je corrigeert afwijkingen en tekortkomingen op een aantoonbare manier.
Een BRL 100-certificaat is dus geen los bewijsstuk. Het vraagt om een praktische inrichting van je organisatie. De certificerende instelling kijkt of de afspraken op papier staan én of ze in de praktijk worden gevolgd.
Voor wie is BRL 100 relevant?
BRL 100 is relevant voor bedrijven die werkzaamheden uitvoeren aan installaties met F-gassen of andere koudemiddelen die onder de richtlijn vallen. Denk aan organisaties die actief zijn in koeltechniek, klimaattechniek, installatietechniek, utiliteit, industrie, retail, zorg, vastgoedbeheer en technische dienstverlening.
Voorbeelden van bedrijven waarvoor BRL 100 relevant kan zijn:
- installatiebedrijven die airco’s of warmtepompen plaatsen;
- koeltechnische bedrijven die koel- en vriesinstallaties onderhouden;
- servicebedrijven die lekcontroles uitvoeren;
- onderhoudspartijen die werken aan stationaire koelapparatuur;
- bedrijven die installaties repareren of buiten gebruik stellen;
- organisaties die voor opdrachtgevers werken aan installaties met F-gassen.
Naast het bedrijfscertificaat volgens BRL 100 is vaak ook vakbekwaam personeel nodig. In de praktijk wordt daarbij de relatie met BRL 200 belangrijk, omdat deze betrekking heeft op persoonscertificering voor werkzaamheden met F-gassen.
Wanneer is BRL 100 certificering nodig?
BRL 100 certificering is nodig wanneer je als onderneming werkzaamheden uitvoert waarvoor een F-gassenbedrijfscertificaat verplicht is. Dit speelt vooral bij installatie, onderhoud, service, reparatie, lekcontrole en buitendienststelling van installaties waarin F-gassen zijn toegepast.
Certificering is in elk geval logisch of noodzakelijk wanneer:
- opdrachtgevers vragen om een geldig F-gassencertificaat;
- je werkzaamheden uitvoert aan koel-, klimaat- of warmtepompinstallaties;
- je personeel werkzaamheden verricht waarbij F-gassen kunnen vrijkomen;
- je wilt aantonen dat je voldoet aan wettelijke en kwaliteitseisen;
- je wilt voorkomen dat werkzaamheden niet aantoonbaar of niet bevoegd worden uitgevoerd;
- je voorbereid wilt zijn op controles, audits of klantvragen.
Voor veel bedrijven begint BRL 100 met de vraag: “Wat moeten we minimaal regelen om door de audit te komen?” Dat is begrijpelijk, maar te beperkt. Het certificaat blijft alleen waardevol als het systeem ook na de audit werkt. Juist daar zit vaak de uitdaging.
Wat moet je organisatie concreet regelen?
BRL 100 vraagt om meer dan een paar documenten. Je moet kunnen aantonen dat je werkzaamheden beheerst, veilig en volgens de geldende eisen uitvoert. De exacte invulling hangt af van je werkzaamheden, installaties, koudemiddelen, personele bezetting en bestaande werkwijze.
Verantwoordelijkheden en bevoegdheden
Binnen je organisatie moet duidelijk zijn wie waarvoor verantwoordelijk is. Denk aan de planning van werkzaamheden, de inzet van gecertificeerd personeel, het beheer van registraties, de controle van gereedschap en het opvolgen van tekortkomingen.
Bij kleinere bedrijven ligt veel vaak bij één of twee personen. Dat kan, zolang de verdeling duidelijk is en in de praktijk werkt. Bij grotere organisaties is vooral belangrijk dat verantwoordelijkheden niet blijven hangen tussen planning, uitvoering, administratie en management.
Gecertificeerd personeel
Medewerkers die werkzaamheden uitvoeren aan installaties met F-gassen moeten beschikken over de juiste vakbekwaamheid. Het bedrijf moet kunnen aantonen welke medewerkers welke werkzaamheden mogen uitvoeren en op basis waarvan.
Dat vraagt om een actueel overzicht van certificaten, bevoegdheden en inzetbaarheid. Ook moet duidelijk zijn wat er gebeurt als certificaten verlopen, nieuwe medewerkers starten of externe monteurs worden ingezet.
Procedures, werkinstructies en registraties
BRL 100 vraagt om duidelijke werkwijzen. Die hoeven niet ingewikkeld te zijn, maar moeten wel aansluiten op de praktijk. Een monteur moet snel kunnen zien wat er moet worden vastgelegd, welke stappen gelden en wanneer iets gemeld of gecorrigeerd moet worden.
Denk aan afspraken over:
- installatie en inbedrijfstelling;
- onderhoud en service;
- lekcontrole;
- reparatie;
- buitendienststelling;
- omgaan met teruggewonnen koudemiddel;
- registratie van gebruikte en teruggenomen hoeveelheden;
- opvolging van afwijkingen.
Goede procedures zijn kort, duidelijk en bruikbaar. Als medewerkers ze niet herkennen of niet gebruiken, werken ze niet.
Logboeken, etikettering en F-gassenregistratie
Registratie is een belangrijk onderdeel van BRL 100. Je moet kunnen aantonen welke werkzaamheden zijn uitgevoerd, aan welke installatie, door wie, met welk koudemiddel en met welke bevindingen.
Afhankelijk van de situatie gaat het bijvoorbeeld om logboeken, installatiegegevens, etikettering, meetresultaten, hoeveelheden koudemiddel, terugwinning, bijvulling en afvoer. Certificerende instellingen beoordelen of deze registraties volledig, herleidbaar en actueel zijn.
Hier ontstaan in de praktijk vaak fouten. Niet omdat bedrijven onzorgvuldig willen werken, maar omdat registraties verspreid staan over werkbonnen, apps, Excel-lijsten, klantdossiers en losse formulieren.
Meetmiddelen, gereedschap en controle
Voor werkzaamheden aan installaties heb je geschikt gereedschap en meetmiddelen nodig. Denk aan lekdetectieapparatuur, vacuümpompen, manometers, weegschalen, terugwinapparatuur en andere middelen die invloed hebben op de kwaliteit van het werk.
Je moet kunnen aantonen dat middelen beschikbaar, geschikt en waar nodig gecontroleerd of gekalibreerd zijn. Ook moet duidelijk zijn wat er gebeurt als middelen defect zijn of buiten specificatie vallen.
Waar lopen organisaties vaak op vast?
BRL 100 wordt vaak onderschat. Veel bedrijven hebben technisch vakmanschap genoeg, maar missen een praktisch systeem om dat vakmanschap aantoonbaar te maken.
Veelvoorkomende knelpunten zijn:
- registraties zijn niet compleet of niet goed terug te vinden;
- certificaten van medewerkers zijn niet actueel bijgehouden;
- procedures zijn te algemeen en sluiten niet aan op de werkvloer;
- werkbonnen bevatten niet alle informatie die nodig is voor de audit;
- verantwoordelijkheden zijn onduidelijk verdeeld;
- afwijkingen worden opgelost, maar niet aantoonbaar opgevolgd;
- gereedschap en meetmiddelen zijn niet goed geregistreerd;
- de F-gassenbalans of koudemiddelenregistratie klopt niet met de praktijk;
- de auditvoorbereiding begint pas vlak voor de beoordeling.
Het gevolg is dat de audit veel tijd kost, medewerkers moeten zoeken naar bewijs en verbeterpunten telkens terugkomen. Dat is te voorkomen door BRL 100 niet als papieren verplichting te zien, maar als een praktisch werkproces.
Hoe QVOX helpt bij BRL 100 certificering
QVOX helpt organisaties om BRL 100 concreet en werkbaar in te richten. We kijken eerst naar wat je al hebt: bestaande werkbonnen, software, formulieren, instructies, certificaten, registraties en verantwoordelijkheden. Daarna bepalen we wat nodig is om aan de eisen te voldoen zonder het onnodig ingewikkeld te maken.
Onze ondersteuning kan bestaan uit:
- een praktische nulmeting of GAP-analyse;
- beoordeling van bestaande documenten en registraties;
- opzetten of verbeteren van procedures en werkinstructies;
- inrichten van verantwoordelijkheden en bevoegdheden;
- controleren van personeelscertificaten en inzetbaarheid;
- verbeteren van logboeken, werkbonnen en registraties;
- ondersteuning bij F-gassenregistratie en koudemiddelenbalans;
- voorbereiding op de certificeringsaudit;
- begeleiding bij opvolging van tekortkomingen;
- praktische uitleg aan management, planning en monteurs.
We zorgen dat BRL 100 past bij hoe je organisatie werkt. Niet zwaarder dan nodig, wel stevig genoeg om aantoonbaar te voldoen.
